Zakelijke scheiding - Methode IzAAC

Direct persoonlijk contact T:073-61 00 544

Zakelijke scheiding - Methode IzAAC

 

INTERMEDIAIR VOOR ZAKELIJKE ALTERNATIEVE ARBITRAGE- EN CONFLICTBENADERING

 

IzAAC

 

IzAAC staat voor voorkoming, beheersing en oplossing van conflicten in rechtspersonen en vennootschappen.

Voorbeelden van dit soort conflicten zijn geschillen tussen aandeelhouders, ruzies in maatschappen en ontsporende ledenvergaderingen.

IzAAC is een bewuste keuze voor een alternatieve, duurzame, doortastende en oplossings­gerichte aanpak van zakelijke conflicten volgens de methode DACCC.

DE METHODE DACCC

DACCC staat voor Duurzame Adequate Conflictvoorkoming, -beheersing en -oplossing. De methode is ontwikkeld door George Smits en Bart Prinsen.

De methode is eclectisch. Dit betekent dat zij uit alle mogelijke methoden van conflict­op­lossing de beste elementen haalt en deze toespitst op een concreet geschil. En daarin steeds transparant is naar alle betrokkenen. Niet alleen juridische aspecten worden gewogen, maar ook psychologische, fiscale, waarderingstechnische en praktische.

De methode biedt het beste uit een combinatie van traditionele advocatuur èn ADR, waarin langjarige juridische en praktijkervaring worden gebruikt om conflictoplossing op efficiënte wijze naar een hoger plan te tillen.

De methode DACCC exploreert vanuit alle invalshoeken op de betrokken belangen om een oplossing te vinden. Daar is creativiteit voor nodig en juist aan het vinden van creatieve oplossingen staan de betrokken emoties en de traditioneel juridische benadering vaak in de weg.

De methode DACCC biedt de mogelijkheid van een zakelijke flits-scheiding, waarbij in onderling overleg, en voor zover mogelijk, de termijn voor het vinden van een oplossing heel kort wordt gehouden, bijvoorbeeld twee weken.

Izaäk’ betekent in het Hebreeuws: ‘hij die lacht of zal lachen’. Dat uiteindelijk alle partijen lachen is doel van de methode DACCC.

CONFLICTOPLOSSING IN EEN ZAKELIJKE CONTEXT

Ondernemingen zijn gebaat bij snelle, duurzame oplossing van conflicten. Traditionele vormen van geschiloplossing, zoals een gang naar de rechter, arbitrage of mediation, blijken in de praktijk om verschillende redenen nogal eens minder efficiënt.

De methode DACCC biedt in vergelijking met langdurige rechterlijke, arbitrage- en media­tion-procedures een enorme besparing aan kosten en energie. De methode is doortastend, oplossingsgericht en snel.

Een aantal aspecten is voor de beoordeling van de methode relevant:

 

  • procederen is voor de betrokkenen, inclusief de onderneming en haar relaties met klanten, te belastend;

  • procederen duurt te lang;

  • rechters zijn niet steeds opgewassen tegen typische ondernemersproblematiek en blijken moeite te hebben met inschatten hoe het er in de praktijk aan toe gaat;

  • uitkomsten van gerechtelijke procedures blijken nogal eens onvoorspelbaar;

  • comparities leveren onvoldoende op – de rechter blijkt niet steeds in staat partijen en hun geschil juridisch en/of psychologisch te doorgronden;

  • maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de wetgeving en rechtspraak laten al een verschuiving zien in de richting van alternatieve geschillenbeslechting of ADR (‘alternative dispute resolution’: Mediation, Collaborative Divorce en Collabora­tive Practice. Ook de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg houdt al in dat er geschil­leninstanties voor de afhandeling van klachten en claims tegen huisartsen, apothekers, e.a. worden gevormd buiten de rechterlijk om. In wezen is dit een vorm van alternatieve geschillen beslechting. Dus ook daar is een tendens zichtbaar. Zie ook de Wet bevordering Mediation);

  • de gedragsrechtelijke verplichting voor advocaten om een minnelijke regeling te beproeven heeft betekenis maar komt lang niet altijd tot uitdrukking;

  • er zijn allerlei niet-juristen (accountants, fiscalisten, pensioenadviseurs, agogen, e.a.) die aan ADR doen, de juridische bagage niet hebben, maar aan de oplossing van zakelijke conflicten wel een bijdrage kunnen leveren. Dat kan in het bijzonder via de methode DACCC.

Ondernemingsrechtelijk beschouwd geldt verder:

  • er is voor geschillen tussen vennoten in personenvennootschappen niet één bijzondere rechter zoals de Onderne­mings­kamer in het rechtspersonenrecht;

  • dit soort geschillen is te groot voor het servet (het kort geding) en te klein voor het tafellaken (procedures voor rechtbanken duren veel te lang). Dit is buitengewoon belastend voor de samenwerking in die vennootschappen;

  • voorzieningenrechters en rechtbanken missen vaak de kennis van de Onder­nemings­kamer;

  • aan de procedure volgens de wettelijke geschillenregeling kleven nog steeds bezwaren onder andere omwille van de zware criteria, duur en kosten en de hoger beroepsregeling;

  • artikel 2:337 BW biedt de mogelijkheid van het opnemen van eigen geschillen­rege­lingen in contract of statuten en de mogelijkheid van beslechting door arbitrage en de Onder­nemings­kamer bij geschillen als in die Titel bedoeld;

  • de Ondernemingskamer wijst sinds een jaar of tien steeds meer beschikkingen waarin niet de onderzoeker (het onderzoek wordt aangehouden) maar een tijdelijke bestuurder/commissaris benoemd wordt met de opdracht een minnelijke regeling te treffen. In die beschikking staat dan: ‘De te benoemen bestuurder (of commissaris) mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.’ Daardoor treedt een verschuiving op naar bemiddeling in het onderne­mingsrecht;

  • die bestuurders of commissarissen blijken in de praktijk niet steeds even vaardig in geschiloplossing;

  • door de mogelijkheid van opzegging tussen aandeelhouders te erkennen kan het moment waarop de normen uit het enquêterecht (‘gegronde reden om aan een juist beleid te twijfelen’) en de wettelijke geschillenregeling (‘zodanig het belang van de vennootschap schaden dat voortduren aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld’) worden vervroegd. Het gaat dan om het ombuigen van die normen naar de toetsing aan betamelijk of passend gedrag – zowel van degene die opzegt als van degene waaraan opgezegd wordt;

  • ondanks dat in sommige gevallen arbitrage is overeengekomen, beschouwt de rechter de verzoeker in principe niet reeds om die reden niet-ontvankelijk (zie de Harbour beschikking (OK 18 oktober 2012, ARO 2012, 151, JOR 2013, 8, nt. De Mol van Otterlo (Harbour). Zie ook OK 24 oktober 2013, ARO 2013, 162 (Staat Holding));

  • tegelijk geldt nog steeds dat de Ondernemingskamer de afdoening van zuiver vermogens­rechtelijke geschillen niet tot haar rechtsmacht rekent;

  • de Ondernemingskamer verwijst partijen in die gevallen dan ook naar de governance zoals ze die zelf zijn overeengekomen (OK 24 december 2013, ARO 2014, 12 (Strauss Coffee);

  • de wachttijd bij de Ondernemingskamer is lang: drie à vier maanden en tot drie maanden voor een beschikking.

DACCC NADER BESCHOUWD

Zowel Mediation als Collaborative Practice zijn gebonden aan eigen regels die maken dat zij zich niet lenen voor het zich vaker voordoende soort van lastige geschillen waarin op onderdelen knopen dienen te worden doorgehakt. Beide vormen van ADR leggen zichzelf beperkingen op (Mediation: vrijwilligheid, collaborative: geen bindende uitspraken door de coach).

Bovendien wordt Mediation als formele vorm van geschilbeslechting niet door iedereen gewaardeerd. En het blijkt (ten onrechte) moeilijk om advocaten ondernemingsrecht voor collaborative practice te interesseren.

Let wel: binnen de methode DACCC zijn mediation-technieken uiterst belangrijk is.

Maar als het er om gaat geschillen tussen partijen uiteindelijk steeds bindend te kunnen oplossen, ligt er binnen de methode DACCC maar één mogelijkheid en dat is die van arbitrage.

Zakelijk’ geeft aan dat het om de oplossing van zakelijke geschillen gaat. ‘Zakelijk’ is: niet ‘emotioneel’, maar heeft daar wel aandacht voor.

Alternatieve arbitrage’ staat voor een andere vorm van arbitrage. Vaak worden arbiters pas gezocht als het geschil al bestaat. IzAAC presenteert zich niet primair als arbitrage-instantie. De methode staat voor IzAAC voorop. Arbitrage is onderdeel als dat nodig is.

IzAAC kan de methode DACCC eclectisch toepassen. Daarbij is zij uiteraard gebonden aan dwingend materieel recht en aan wettelijke regels van arbitrage zoals opgenomen in de artikelen 1020 Rv. e.v.

ECLECTISCH EN DUURZAAM

De methode DACCC legt zichzelf verder geen intrinsieke beperkingen op en heeft niets anders ten doel dan te voorzien in een integrale oplossing van geschillen die ook juridisch houdt.

Hierover is IzAAC volstrekt transparant.

De methode is eclectisch omdat zij gebruik maakt van verschil­lende vakgebied overstijgende theorieën, disciplines en oplossingsmogelijk­heden, en het zwaartepunt in voorkomende gevallen kan verschuiven van in het ene geval een meer of zuiver juridische benadering (traditioneel) en in het andere geval een psychologische, fiscale of door vraagstukken rondom pensioenen en afstortingen ingegeven benadering.

Eclectisch betekent ook: ‘gelijke’ gevallen in ‘gelijke’ omstandigheden ‘gelijk’ behandelen, waarbij niet zozeer de indeling en wettelijke categorieën, of in al dan niet vermogens­rechtelijke geschillen of niet, centraal staat maar de oplossing van conflicten voor zover bedreigend voor zelfstandige belangen die bij een besloten samenwerking betrokken zijn.

Dat kan uiteraard zijn het belang van de vennootschap zelf, maar ook van de samen­werkende partners, betrokken werkgelegenheid of schuldeisers zoals de bank.

Onder de term ‘duurzaam’ verstaat IzAAC ook de educatie van de in een geschil be­trokken personen zelf voor zover die betrokkenen daartoe ruimte laten.

Ook hier geldt dat een goede aandeel­hou­dersovereenkomst maar één van de mogelijkheden is om toekomstige geschillen te voorkomen. Met ‘duurzaam’ bedoelt de methode DACCC dus ook de in een (dreigend) geschil betrokkenen zelf beter te laten worden in de voorkoming en oplossing van conflicten en dus in conflictpreventie en -interventie. Met name in (grotere) organisaties en in situaties waarin een ‘exit’ om redenen minder voor de hand ligt, blijkt dit al goed te werken.

INTERVENTIETECHNIEKEN

Het leggen van beslag is een interventietechniek. Het voeren van een adequaat tele­foongesprek ook. Wordt juridisch optreden gezien als een vorm van interventie­(tech­niek), dan is het bereik van de methode DACCC heel ruim.

In de methode DACCC wordt door IzAAC ook gekeken naar de emoties die optimale com­municatie belemmeren en naar interventietechnieken om communicatie weer mogelijk te maken (en soms: juist te verstoren).

De methode DACCC is ook gericht op de ontwikkeling en toepassing van kennis inzake juridische, psychologische en didactische interventies. Hierbij staat een win/win benadering voorop waarbij geëxploreerd wordt op belangen van alle betrokken partijen inclusief de vennootschap of rechtspersoon. Het één kan niet zonder het andere: bemiddeling zonder kennis van de juridische dogmatiek van het onder­nemingsrecht is kansloos, net zoals het kansloos is te willen bemiddelen zonder benul van optimale communicatie belemmerende emoties en de psychologie daarvan.